zaterdag 3 oktober 2026

Nostalgie naar muziek - De eenden van Gescinska

Eenden kunnen niet luisteren. Zo interpreteer ik een uitspraak van componist Stravinsky die ik aantrof in Thuis in muziek (2018) van filosofe Alicja Gescinska: 'We zijn de eenden van Stravinsky aan het worden. Horen kan iedereen, zei de Russische componist ooit, een eend kan horen. Maar luisteren, daar is niet iedereen toe in staat' (p.46). Misschien, denk ik, was Stravinsky immens in staat tot empathie, het morele vermogen dat Gescinska hoog aanprijst en waar muziek flink bij kan helpen. Stravinsky wist dat eenden niet konden luisteren en kon zich dus waarschijnlijk heel goed in die eenden verplaatsen. Tenminste, als hij zijn uitspraak zo bedoelde. Want over mezelf ben ik minder zeker, ik weet niet of ik wel zo goed kan luisteren.

De lezer van deze serie weet onderhand dat ik op afstand van de muziek sta. Daar speelt zeker een bepaald onvermogen mee om te luisteren naar muziek. Mijn pianoleraar hield me vroeger voor om als ik speelde, beter te luisteren naar wat er klonk. Dan kreeg ik meer vat op mijn spel en kon ik mezelf verbeteren. Dat is dus niet echt gelukt. Als ik speel, heb ik het geduld niet om echt te luisteren. Iets meer heb ik dat geduld als ik lees. Dan zie ik hoe iemand een verhaal vertelt of haar argumenten ontvouwt. Je zou dat een oefening in empathie kunnen noemen. Daarom schrijf ik mijn blogs, een soort leesverslagen, en ben ik geen componist geworden.

Gisteren hadden we onze muzikale vrienden te eten. Andries is wel componist. Bij een vorige gelegenheid vertelde hij me over de eenden van Stravinsky en het boek van Gescinska. Ik ben al gauw geneigd om zo'n tip serieus te nemen, noteer de titel en vergeet het. Kort geleden kreeg ik van collega Jolanda een ander boek van Gescinska, dat ik in mijn filosofische serie besprak (zie deze blog). Dat was voor mij de aanleiding om nu eindelijk ook dat boek over muziek te lezen. Zo komen dan toch weer dingen samen, dankzij mijn collega's en vrienden. Het blijft wel oppervlakkig, dat moet ik toegeven. Ik lees het, haal er iets uit wat ik interessant vind, en door maar weer. Niet echt empathisch dus.

Wel heb ik een zeker vertrouwen in het terugkoppelen van dingen. Ik kan flink uitzwermen met mijn associaties, maar vertrouw erop dat ik steeds weer terug kan, en dat mijn uitweidingen me iets opleveren. Noem het reprise, zoals de herneming van de expositie van thema's in de klassieke sonate,na de doorwerking waarin die thema's flink door elkaar geschud zijn. Het geeft een gevoel van thuiskomen, en dat is natuurlijk altijd prettig (in het algemeen). Dat is zeker ook een hoofdthema van Gescinska, haar titel luidt niet voor niets 'Thuis in muziek'. Als je bepaalde muziekstukken beter leert kennen, kun je je erin gaan thuisvoelen.

Voor Gescinska is haar Poolse afkomst van belang. Dat spreekt me aan, omdat ik in haar andere boek, dat ik gisteren las, het onderliggende thema van beginnen meende te herkennen. Gescinska besloot een jaar na haar muziekboek om op uitnodiging van Verhofstadt het Europese parlement in te gaan. Echt een politieke actie, die volgens filosofe Hannah Arendt mogelijk is vanwege het menselijke vermogen om iets te beginnen, iets in gang te zetten. In het geval van Gescinska zou je dit ook - mutatis mutandis - kunnen betrekken op het begin van haar eigen leven. Tot haar zevende woonde ze in Polen, en ging toen met haar ouders naar België. Zo betreft haar empathie meer dan anderen Poolse componisten met hun levensgevoel. Denk vooral aan Chopin, die Polen nooit meer terugzag toen hij naar Frankrijk vertrokken was en het land later door de Russen was bezet.

Hier ontstaat een interessant raakpunt met de politieke filosofie van Agamben, met wiens werk ik meer vertrouwd ben. In Il corpo della politica ziet hij de banneling als het fundament, het 'lichaam', van de politiek (zie deze blog). De banneling ziet Agamben niet alleen als een individuele figuur, maar evengoed als een collectief lichaam, een cultuur die niet per se de vorm van een volk of staat hoeft aan te nemen. Bij Gescinska is dat minder evident. Integendeel, door toe te treden tot de Europese Unie erkent ze impliciet het gezag van de deelnemende staten, en ook nog - anders dan Agamben - van de Unie die zich vaak presenteert als een superstaat of imperium. Maar in haar muziekboek gaat het daar nog niet over. Hier ziet ze haar bannelingen (Chopin, Bartók) als figuren die met hun muziek en verkenningen een gemeenschapsvormende kracht toonden.

Een beetje filosoof ziet de paradox. Thuis in muziek heeft zeker iets te maken met de ervaring dat je in werkelijkheid, de werkelijkheid van de politiek, juist niet thuis bent. Het is de nostalgie die je drijft, en die je zelfs in stand houdt als je wel naar huis kunt gaan, maar dat niet doet. Er is dan kennelijk een kracht in jezelf waarmee je jezelf op afstand houdt. En zo belanden we dan toch bij een nieuw aspect van mijn verkenning van mijn eigen formule, 'muziek van een afstand'. Niet dat Gescinska daar iets voor voelt, getuige haar formule 'thuis in muziek'. Maar ze verbindt haar formule met de ballingschap en de nostalgie, en dan zou je ook haar formule misschien wel anders kunnen duiden.

Zou je het boek van Gescinska kunnen lezen vanuit een nostalgie naar muziek? Dat zou dan wel een interpretatie against the grain vergen. Ik zou daar geen goed gevoel bij hebben, omdat het er dan teveel op lijkt dat ik Gescinska in mijn eigen straatje dwing. Aan de andere kant is zij nu juist iemand die heel goed weet wat het betekent om geen goed gevoel te hebben, een gevoel van ongemak, pijn, verlangen dat nooit vervuld wordt. Het gevoel van der Wanderer van Schubert, om maar iets te noemen.

Zelf denk ik bij het woord nostalgie ook aan het begin van de Odyssee, waar je de Griekse woorden nostos (terugkeer) en algos (pijn) meteen al in de eerste regels tegenkomt. Je kunt het hele verhaal lezen als de pijn van de terugkeer van Odysseus, zijn verlangen om Ithaca weer te bereiken, met alle moeite en ellende vandien. Vergeet niet dat dit alles verteld wordt in een gedicht, met metrum, dus als muziek. Als je de Odyssee leest, zou je dat kunnen ervaren als nostalgie in de zin van de pijn van de terugkeer.

Dit thema is zoals bekend opgenomen door de filosofen Horkheimer en Adorno. Zij zien de Odyssee als een voorstadium van de beheersing van de natuur door de instrumentele rede. Het ik wil bij zichzelf uitkomen, het wil thuiskomen bij zichzelf, en gebruikt, of liever gezegd misbruikt, de natuur om zijn doel te bereiken. Misschien is het dus interessant om Gescinska te volgen wanneer zij het over Adorno heeft, temeer daar Adorno zelf componist was en als filosoof over muziek schreef.

Daar licht ik twee momenten uit haar boek. Eerst wijst zij op de 'vurige eenzijdigheid' van Adorno, wanneer hij de populaire muziek afschildert als werktuig van de duivel, het duivelse kapitalisme. Je zou kunnen zeggen dat Adorno deels gelijk heeft, maar doorschiet met zijn harde oordelen. Daartegen pleit Gescinska voor een zekere terughoudendheid bij het oordelen. Haar oproep tot empathie is zeker ook bedoeld als alternatief voor dat harde oordelen. (Hier verwondert me wel een beetje dat Gescinska de positieve inzet van Adorno onvermeld laat, zijn liefde voor de onderneming van Schönberg, zoals ze ook Schönberg onvermeld laat.)

Mooi is dat het best wel harde oordeel dat Gescinska over Adorno velt verderop lijkt te worden verzacht. Muziek kan ons doen wegdrijven van onszelf en muziek kan ons naar onszelf voeren:

'De eerste manier van luisteren mag de andere niet volledig verdringen. En daar zijn we misschien naartoe aan het evolueren, naar dat wat Adorno misschien al te oneerbiedig 'regressieve luisteraars' noemde.' (p.47)

Goed, Adorno is dan wel oneerbiedig, maar het zou kunnen zijn dat we te ver doorschieten met de verdringing van het echte luisteren. Zoals gezegd, we zijn eenden aan het worden. Maar als eenden wel iets kunnen, kunnen we van eenden misschien ook iets leren, denk ik dan. Misschien kunnen ze niet luisteren, maar - ook volgens Stravinsky - wel horen.

Het jammere van deze vaststelling is volgens Gescinska dat we zoveel van ons potentieel onbenut laten. Maar omdat ze geen harde oordelen wil vellen, zelfs niet over Adorno, is ze ook in staat tot empathie, inleving in anderen, en langs die weg ook in zichzelf. Ook zijzelf luistert vaak niet, ook zij gebruikt muziek vaak als achtergrondmuziek.

Maar nu komt het:

'Op een dag was ik zo uitgeput of alleszins in zo'n toestand dat ik niets anders toeliet in mijn bewustzijn dan dat wat uit de muziekboxen kwam. En toen, precies op het moment waarop mijn lichaam tot niet veel anders dan luisteren in staat was, kwam het Scherzo nr. 1 in b-klein, opus 20 mijn bewustzijn binnen op een manier zoals ik het nooit eerder had ervaren.' (49)

Hier zou je verwachten, tenminste ik, dat je niet meer in staat bent om te luisteren als je uitgeput bent. Maar voor Gescinska geldt hier het omgekeerde. Je bent dan alleen nog maar in staat tot luisteren, niet meer tot iets anders. Er is dus een zekere armoede in het spel, een gebrek aan vermogens, een niet meer in staat zijn tot. Zou je dit 'dialectiek' kunnen noemen, dit spel of deze ervaring met de negatie? Je zou het misschien beter kunnen duiden als iets van het lichaam. Het lichaam beschikt over een vermogen dat in stand blijft als onze intenties en ons bewustzijn wegvallen. Zo kan iets van buitenaf in ons bewustzijn binnenkomen. Misschien is dat niet per se het luisteren, maar het horen. Eindelijk hoor je dat scherzo en het Poolse wiegelied in het middendeel, het komt binnen in je bewustzijn.

Misschien raken we nu ook aan de muziek van een afstand. We zijn uitgeput, de muziek staat wel aan maar we horen die niet meer. We voelen alleen nog maar de pijn, de uitputting. En juist dan horen we de muziek weer wel.

Je zou kunnen zeggen: wat boeit het, luisteren of horen, eend of mens, klank of muziek. Ja inderdaad, wat boeit het. Maar geldt die relatieve betekenisloosheid van onze differenties niet evenzeer voor dat begrippenpaar nostalgie - thuiskomst? Zo beluister of hoor ik de formule van Gescinska 'thuis in muziek' als iets wat ons voert naar de pijn en de moeite. De 'oefening', de muzieklessen, het falen, of het ervaren van de pijn juist doordat het scherzo zo perfect wordt uitgevoerd. Thuis in de ballingschap, daar komt het op neer, het opzoeken van de pijn die soms o zo lekker is.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Nostalgie naar muziek - De eenden van Gescinska

Eenden kunnen niet luisteren. Zo interpreteer ik een uitspraak van componist Stravinsky die ik aantrof in Thuis in muziek (2018) van filosof...