zondag 26 september 2021

Lofzang op de stille stad - Film met muziek in Arnhem

Echt stil was het zelden in de stad, zelfs niet tijdens de lockdown. De Vijzelstraat is de koopgoot van Arnhem en daar bleef beweging. Toch kon je met een beetje fantasie de stilte horen zingen. En dat zingen kun je weer hoorbaar maken. Dat deden voor Wenen en andere steden onder meer Schubert en de vrouw van Mahler, op tekst van Richard Dehmel:

Liegt eine Stadt im Tale

ein blasser Tag vergeht;

es wird nicht lange dauern mehr,

bis weder Mond noch Sterne

nur Nacht am Himmel steht.

(...)

und durch den Rauch und Nebel

begann ein leiser Lobgesang

aus Kindermund.

Deze laatste regel is de reden dat ik mijn blog onderbreng in deze serie 'Muziek op afstand', en niet bij 'Ideeën'. Muziek op afstand zou je hier in overeenstemming met het gedicht kunnen brengen doordat de kindermond precies de nachtelijke stad bezingt, en bezingt door als het ware in die stad op te doemen uit de nevel.

Vanochtend werd in theater Focus in Arnhem de film De stille stad vertoond, van Tamara Laverman. Voor het scherm voerden pianiste Hanke Scheffer en mezzosopraan Berber Vis een aantal liederen uit die nauw verband hielden met het thema, waaronder dus dat lied van Schubert. Geen filmmuziek, maar een intrigerend samengaan van film en muziek. Je zou misschien eerder van een concerto moeten spreken, vergelijkbaar met de wedijver tussen solo-instrument en orkest waarbij de strijd wordt gedicteerd door harmonie, en de harmonie in die strijd wordt uitgedrukt.

In de zaal voelde ik me heen en weer getrokken tussen beide rollen, toeschouwer en luisteraar. Ik was er met mijn geliefde Inez, en had gekozen voor de derde rij, om vooral Hanke goed aan het werk te kunnen zien, die in onze huiskamer vorig jaar een uitvoering had gegeven. Door mijn keuze kwam het scherm wel erg dichtbij, en we hadden dus ook kunnen kiezen voor meer afstand om de beelden beter tot ons te laten doordringen. Zo namen Inez en ik dus ook deel aan de wedijver, met bijbehorende twijfel of we niet beter op een andere plaats hadden kunnen zitten.

Er was vooraf geen lijst uitgereikt met titels, en bij de beelden bleef open of het om Arnhem ging, en als de beelden in Arnhem waren geschoten, of het niet evengoed een andere stad had kunnen zijn. De camera zat vaak dicht op de dingen. Er traden neveleffecten op, geheel in overeenstemming met de tekst van Dehmel. Er werd een sfeer van onzekerheid gecreëerd of het lofgezang wel zou opklinken. Zeker, Berber Vis zong door, maar achter haar zang kon misschien een ander soort zang opkomen, de zang als het ware tussen de beelden en de muziek.

Tot op zekere hoogte hadden we te maken met toevalsoperaties. Cage mocht daarbij niet ontbreken, en fungeerde voor mij als een signaal dat mijn aandacht trok naar de bewegingen tussen de beelden en de muziek. Die waren grotendeels ongepland. De muziek was geen commentaar bij de beelden, en de beelden geen illustratie bij de muziek. Het was ook zeker geen Gesamtkunstwerk, er werd geen dramatisch verloop uitgebeeld en achter de diverse media zat geen genius die de boel vanuit een strikt plan controleerde.

Hoe nam ik verder deel aan dit gebeuren? Het wordt nog scherper als ik de tegenwoordige tijd gebruik. Dat ik deze blog schrijf is namelijk mede op instigatie van Hanke Scheffer. Ze stelde ons zelfs vrijkaartjes in het vooruitzicht als ik mijn blog zou schrijven. Daarmee hief ze een soort lofzang aan op mijn blog over haar huisrecital, waarin alles draaide om de 'onzichtbare stad' Argia, de stad 'Onwerkzaamheid'. Het is alsof Hanke wilde zeggen: Anton en Inez, let op, De stille stad is het vervolg op mijn huisrecital, opnieuw zul je moeten worstelen door de modder van de stad waar alles stil ligt, waar alle ingangen geblokkeerd zijn, zoals in het verhaal van Calvino en in het pianostuk van Ivo van Emmerik. En inderdaad, ook Emmerik kwam vanochtend langs, als componist van een van de liederen.

Niet dat ik me dit tijdens het concert realiseerde. Geen titels vooraf. Af en toe dacht ik: dit is Schubert, dit lijkt op Mahler, dit stuk herken ik van Bartók, en aha, dit is de pianobewerking van Liszt van het lied van Schubert. Maar tegelijk dacht ik: kom op Anton, er zijn geen titels uitgedeeld, maar daarom is het nog geen quiz. Houd je dus in, alle aandacht moet naar muziek en beeld. Je zou dit een moddereffect kunnen noemen, de muziekliefhebber die de plassen water omzeilt, of die gestoord wordt door zijn flarden kennis, flarden die op hun manier ook weer deel uitmaken van de nevel waaruit het lofgezang al dan niet oprijst.

Nu is de muziek weer op afstand en kan ik het denken weer op gang brengen. Ik hoop van harte dat dit ongeveer is wat Hanke van me vroeg. Hoe kan ik met een blog als deze deelnemen aan het spel dat er vanochtend juist om vroeg mijn zintuigen open te zetten en mijn gedachten op afstand te houden?

Een aanwijzing meen ik te vinden in de genius van de stadsfilosofie, Walter Benjamin. Een paar jaar geleden las ik zijn Passagenwerk, maar veel langer geleden had ik contact met filosofen die nadachten over de stad, de metropool met name, en wel de metropool in de nacht. De nacht is de tijd van de metropool. Alles is tot stilstand gekomen, er is alleen nog uitgaansleven (overigens niet uitgebeeld in de film van Laverman), de opbrengst van de arbeid wordt verspild in dans en drank. Je zwerft door de straten in een soort onderwereld, bevrijd van de banden van het sociale leven.

Benjamin zag deze (post)moderne ervaring rond 1850 ontstaan in de passages van Parijs. Hier bevonden we ons ergens tussen het huis en de buitenwereld. Nauwelijks waren de passages in gebruik genomen, of er verschenen plantenbakken en plantmotieven om de natuur binnen te halen. Misschien - denk ik nu - moeten de corona ook zien als natuur die de ruimte op de stad weer verovert, precies op het moment dat de stad zich het meest van de natuur loszingt. Ik zie de passages zeker niet als een sfeer van geborgenheid, zoals filosoof Sloterdijk die beschrijft. Het is de poging om het leven in zijn maximale samenhang te doordenken precies op de naden, waar ze het verst uiteen lijken te lopen.

Geluid, zo had ik na enig speurwerk gezien, is bij Benjamin de echo die klinkt als de passages alweer leeg zijn. Onze blik schiet heen en weer tussen de spiegelende ramen, en we horen onszelf vragen: wat is hier gebeurd? En die vraag is al een echo, een echo van wat er gebeurd is, en wat de vorm aannam van een vraag aan ons. Wat er gebeurd is is die vraag wat er gebeurd is: waar hebben we naar zitten kijken? Waaraan hebben we deelgenomen?

Als ik onderwereld zeg, dan denk ik vrijwel onmiddellijk aan de halfgod die bij de Etrusken tijdens lijkenspelen opdook, Phersu. Misschien heeft hij - samen met de eraan verwante naam Persefone - zijn letters of klanken verleend aan ons woord persoon. Het Latijnse persona betekent masker, en heeft alles te maken met het gezicht. Enkele dagen geleden nog lukte het de uitvaart van mijn vader te beschrijven in termen van een wedijver waarbij mijn vader omgetoverd werd tot een portret, onze manier om een geliefd persoon opnieuw welkom te heten, maar nu als dode.

Vanochtend liep het spel anders, al vanaf het begin. Zoals gebruikelijk zat de regisseur ergens in de zaal. Maar ook de musici waren onzichtbaar, althans met hun gezicht. Bij het binnenkomen van het publiek stonden ze met hun rug naar ons toe, hun gezicht van ons afgewend. Na afloop verdwenen de drie vrouwen naar de kleedruimte en lieten de bewonderaars in de hal lang op hen wachten. Geen gezicht, geen portret, geen persona.

Om de stille stad te bezingen, zo mogen we concluderen, moeten we iets in gang zetten waarbij de gezichten onherkenbaar zijn. Waarbij de typische kenmerken van de stad weggelaten zijn. Ook geen titels (hooguit na afloop, waarbij je moet raden welke titel bij welke muziek hoort, zoals bij een film). Of, zoals in het gedicht van Dehmel: '... es dringt kein Dach, nicht Hof noch Haus / kein Laut aus ihrem Rauch heraus / kaum Türme noch und Brücken.'

Hoe kunnen we nog leven als burgers van de stad? Wat hebben we nog met elkaar te maken? De economie zet alles in het werk om na het optrekken van de coronanevelen de straten te vullen met kopers, met geluid en prikkels. Zodoende wordt de lofzang uit de kindermond onhoorbaar. De stad zit vol herrie, er is zoveel lofzang dat we niets meer zien en horen.

Wat we nodig hebben is een stel leidsters die ons geduldig bij de hand nemen en een omgeving neerzetten, noem het een leeromgeving of een initiatieruimte, waarin misschien, heel misschien de lofzang uit de kindermond weer hoorbaar wordt.

Stadt im Nebel Foto & Bild | nebelstimmungen, wetter, natur Bilder auf  fotocommunity

donderdag 5 augustus 2021

Blokfluit Hamlet

De blokfluit is alweer lang opgehouden. De blokfluit bespelen we korte tijd op school en daarna leggen we hem opzij. De blokfluit is het instrument bij uitstek dat we opzij leggen. Het is muziek op afstand, de afstand van onze verre jeugd, van ons verre verleden.

Het Engels heeft een bevoorrechte relatie tot de blokfluit. Daar heet hij recorder, waardoor niet alleen de band met de snaarinstrumenten wordt beroerd (corde) maar ook met de registratie en de herinnering. De band met de recorder is een bandrecorder, ook al zo'n ding dat we niet meer hebben, behalve in de herinnering, op afstand.

Er was eens.... Er was eens een tijd dat de blokfluit alom klonk, bij elke opvoering, van theater of bij liederen. Het is meteen sprookjestijd, kindertijd, waarin we vergeten zijn dat sprookjes ooit zijn geschreven voor volwassenen, en later pas voor kinderen werden bewerkt. In de blokfluit klinkt die tijd nog door, waarin een onthoofding nog een onthoofding was.

De onthoofding maakte plaats voor in de gaten houden. Je hield de boosdoener in de gaten, probeerde hem te ontfutselen wat hij dacht. En vloeiend, heel vloeiend, ging dat over in de begeleiding naar het land op afstand waar de executie kon plaatsvinden, ongezien.

De blokfluit was de man aan wie een bekentenis moest worden ontlokt. Je moet de man weten te bespelen, weten welke gaatjes je moet indrukken om hem de klanken te ontlokken die je zijn bedoelingen vertellen. Dan kun jij je maatregelen nemen. De gesurveilleerde geëxecuteerde man is de blokfluit.

In Hamlet is Hamlet de blokfluit. Zijn medestudenten zijn geïnstrueerd door koning Claudius om hem in de gaten te houden. Hamlet begint te vermoeden hoe het zit. Hij geeft medestudent Guildenstern een fluit, en vraagt hem hierop te spelen. Die zegt dat hij die fluit nog niet eens kan vasthouden, laat staan hoe hem te bespelen. Met dat antwoord is hij in de val gelopen, en Hamlet zegt:

Kijk es aan, wat voor een waardeloos ding heb jij van mij gemaakt. Mij wil je bespelen, je lijkt heel goed te weten waar mijn kleppen zitten, je wil mij een geheim ontfutselen, mijn register zou je van de laagste tot de hoogste noot willen uithoren; en in dit kleine instrument zit veel muziek, een voortreffelijke stem, maar jij krijgt het toch niet aan de praat. Verdomd, denk jij dat ik makkelijker te bespelen ben dan een fluit? Hou mij voor elk instrument je maar wil, je kunt mij wel ontstemmen, maar bespelen: nooit. (Albers, Hamlet, 3.2)

Ton Hoenselaars concludeert in zijn boek over Shakespeare dat ook wij niet moeten denken dat we Hamlet zijn geheimen kunnen ontfutselen. Hamlet is de sfinx.

Daarmee is de muziek op afstand geraakt. Nemen we aan dat Hamlet een theaterstuk is, niet alleen met omlijstende muziek, maar ook met functionele muziek (trompetten, treurmars), het is ook poëzie, en in die zin muziek. Dan ontstaat er geleidelijk een interessante spanning. We zijn niet in staat om Hamlet zijn geheimen te ontfutselen, maar wel, door hem op te voeren, om hem tot klinken te brengen, klinkende muziek.

De muziek op afstand is tegelijk ook de muziek waarmee we ons graag omgeven. Hamlet de depressieveling, de sluwe acteur, de vergelder, twijfelaar, vergisser. Je kunt wel sfinx zeggen, maar daarmee zeg je niet niets.

Er is een blokfluit die klinkt zonder dat hij wordt bespeeld.

Peter Morwood — phantomrose96: phantomrose96: I read Hamlet...

zondag 13 juni 2021

Coronamuziek - Uitbraak of nadering met Ralph van Raat

Ik houd van etudes. Het zijn vaak stukken die stoer beginnen. Kijk eens wat ik kan. Er zitten vaak gebroken akkoorden in, en vroeg of laat komen er toonladderachtige sequenties in voor. Dat zijn zo de gewoontes die bij het genre horen.

Vandaag was na coronarust Ralph van Raat aan de beurt. Bij zijn optreden aan de Waal in Nijmegen bleek al gauw dat de componisten niet hadden stilgezeten tijdens de corona. Het stoere gebaar was er meteen toen Van Raat de Techno Etudes van Karen Tanaka aanvloog. Gastheer Rob van der Sandt kondigde al aan dat Van Raat zelf de nodige toelichting zou geven. Daaruit viel van beide kanten een zekere gretigheid te bespeuren. De gastheer en de pianist wilden ons laten delen in iets van de muziek, iets rond de muziek. Verbale gebaren.

Ik zou die verhouding haast concerto willen noemen, de wedijver tussen de muziek en het woord. In Nederland neemt dat woord de vorm aan van uitleg, zeker, maar nooit zonder humor. We worden overdonderd door de etudes, maar punctum contra punctum, dat ook weer. Er moet dus humor bij, lichtheid en een beetje interactie. Bij Amerikanen mag het vet, er worden poetsdoeken glissando over het klavier getrokken zodat de glimlach plaatsmaakt voor ons kent ons.

Waarom houd ik toch zo van etudes? Het zijn schijnvertoningen, de e- van etude is in het Latijn en in onze taal gewoon de s-, de etudes zijn een manier om iets te studeren, te oefenen. Hier in deze blogs heb ik op me genomen om afscheid te nemen van dat oefenen, het was een tijd geleden iets in een naburige serie, de oefeningen in wat ik zoal meemaak. Etudes zijn er om iets anders te doen dan studeren. Bach gaf dat al aan. Hij schreef zijn inventionen en symphonien als studiestukken, maar schreef stiekem muziek.

Als ik goed geluisterd heb, gebeuren er in etudes dus sowieso die twee dingen, het oefenen, en onder het mom daarvan, het musiceren zelf. Alsof het musiceren niet kan zonder bedrog, alsof er iets van afstand moet worden ingebouwd om muziek muziek te laten zijn, muziek dus op afstand.

Ik telde van Karen Tanaka ongeveer vijf stukken met een stevige bas die ostinato bleef doordenderen, terwijl er stevige tegenaccenten in de rechterhand werden neergezet. Dat is corona, zei Van Raat, en ik denk dan: de koeien die van gekte gaan springen als ze in het voorjaar uit de stal mogen. Componisten hebben het voorrecht dat ze niet hoeven te wachten, ze mogen al springen als ze opgesloten zitten, in hun geest, hun verlangen, hun verbeelding.

Tegenover die vijf stukken een stuk in het hogere register, met meer rust. Ook daar minimalmotieven. Tanaka was ooit verhuisd van Parijs naar Californië, en dan zijn oorzaak en gevolg moeilijk te ontwarren. Ze maakte, zei Van Raat, Franse stukken met kleur, à la Ircam, maar in Californië stukken à la Adams. Hard, ritmisch, kosmisch. Maar dus vijf tegen een, ook een stukje hoger register met meer rust.

Zouden we juist in dat stuk de corona dichter hebben genaderd? Wilden we ons in de corona confronteren met ons verlangen, onze verbeelding, dus ongebreideld vitalisme? Of hebben we af en toe niet ook getingeltangel gehoord, waarbij we de rust der engelen genoten? Ik ga voor de verhouding, als een tegen vijf getingeltangel is, dan geef ik me makkelijker over aan die vijf stevige ostinato's. Of misschien wel andersom, want bij etudes weet je het nooit.

Bach Invention for Alto and Tenor Saxophone by Johann Sebastian Bach


zaterdag 10 april 2021

Ook gejubel kan draaglijk worden - Bij een gedicht van Hertmans

Ik zal je vertellen, het is echt een onderneming als je die Goldbergvariaties achter elkaar door speelt. En dan heb je het nog niet over die herhalingen. Technisch is het zeker ook een hele klus. De smoes dat het duidelijk voor twee klavieren geschreven is helpt je niet, want we kennen Glenn Gould.

Geen idee of anderen dat ook hebben, maar als ik zelf die noten speel, zo goed en zo kwaad als het kan, dan brengt me dat niet dichter bij de muziek. Het is echt wat je noemt muziek op afstand, de muziek verandert in noten, kramp, sport.

Als er al een belofte in die Goldbergvariaties schuilt, dan is het de vroomheid, de loyaliteit die schuilt in de volgehouden oefening om ooit een hoger niveau te bereiken. Of eerder al, de roes die kan opkomen bij de langzamere variaties. En zeker ook de herinnering aan die warme zomermiddag in de jaren tachtig met Gould op tv, het geluk dat pas ervaarbaar wordt op grotere afstand.

Zeker en vast ligt er een goudschat verborgen in die variaties, een schat die bescherming verdient en schenkt. Gaaien zijn daar goed in (voorheen mocht je nog gewoon Vlaamse gaaien zeggen). Ze stoppen die noten goed weg, en in 70% van de gevallen vinden ze die weer terug als het nodig is. Hoe zit het, zegt dan de filosoof in mij, met de rest? Erop vertrouwen dat die bedoeld zijn voor de bomengroei?

De mensch is zwak en heeft nu al iets nodig. Hij zal die noten dus moeten kraken. En aangezien de mensch net als de gaai een zangvogel is, ook al kunnen we die zang niet altijd waarderen, gebruikt hij ook zijn stem om zelf te zingen bij wat hij doet.

Hoe komen we in de juiste stemming? Immers, het leven is een enkelbijtertje, en we kunnen wel wat hulp gebruiken. Riskerend, uiteraard, dat we muziek nodig hebben om in de juiste stemming te komen en dat we die juiste stemming nodig hebben om de muziek te pellen uit de schil.

Welnu, hier helpt de muziek op afstand.

Hertmans trekt alle registers open, de retorische vraag, de dialectiek ('en toch'), de vergelijking ('als trouwe honden'). Ik beluister zijn gedicht als een passage, iets dat al voorbijgaande me brengt bij iets dat ik maar moeilijk benaderbaar vind, de Goldbergvariaties, moeilijke poëzie. Wat helpt is om die eerbiedwaardige kunst met je taal op afstand te zetten, en om die taal zelf ook weer op afstand te zetten. De noten goed verstoppen.

 

GOLDBERGVARIATIES

 

Dat we de lichtheid hadden

om handen rond muziek te vouwen -

bedachtzaamheid die uit een fuga straalt

en ons beschermt omdat we iets beschermen.


Er zijn dingen die je niet kunt leren.

Ze volgen ons als trouwe honden,

de zachte enkelbijters van

stemming en humeur.

 

Daar doen we het niet om,

we weten het, we zwijgen

en de variaties jubelen

de jaren door.

 

Hoe vaak beseft een mens wat blijvend is,

die fractie van verbeelding?

En toch - een glimp van een klavier

bij avond door een raam,

een flard van stemmen in de mist,

en alles is weer open.

 

            Stefan Hertmans, Uit: De val van vrije dagen, De Bezige Bij, 2013

 



zondag 21 juni 2020

Hoe verder hoe dichterbij - Stemmen van Kavafis

Nog een weekje en dan vertrekt onze dochter naar haar Griekse dichter.
Elk vertrek brengt de ander dichterbij, al is het op een andere manier.
Ik word weer scholier, volg de cursus Grieks op mijn phone.
Zo groeit de afstand tot Frederiek die sneller leert dan ik.

Als we stemmen horen, zijn het de stemmen van de doden en de verlorenen.
Ze spreken ons toe over het leven, we gaan scherper dan ooit zien
dat we midden in het leven staan, het leven dat steeds jonger wordt.

Ik neem een oud boek uit de kast, van een van die vele doden,
met van die bruine vlekken op de bovenkant. Het is de
tweetalige editie van de gedichten van Kavafis, de beroemdste
Griekse dichter die overigens in Egypte woonde.

STEMMEN

Denkbeeldige en geliefde stemmen
van hen die dood zijn, of van hen
voor ons verloren als de doden.

Soms spreken ze in onze dromen,
soms als men mijmert hoort de geest hen.

En met hun klank keren voor éen moment terug
klanken uit de eerste poëzie van ons leven -
als muziek, 's nachts, in de verte verstervend.


Konstantin Kavafis / Κωνσταντίνος Καβάφης: “I went into the ...

woensdag 6 mei 2020

Muziek en meningen rond FunX

Het is verleidelijk om te reageren op het bericht dat radiozender FunX is gestopt met een programma omdat medewerkers met de dood zijn bedreigd. Ik heb namelijk een paar dagen geleden een blogserie afgesloten over muziek en Agamben. Daarbij had ik steeds het gevoel dat muziek iets is wat vooral op de achtergrond een rol speelt. Zo kon ik mooi, net als Agamben zelf overigens, de muziek uitspelen als een onderschatte machtsfactor.

Maar nu brandt er dus een hevige strijd los over muziek. Het incident lokt zoals altijd stellige meningen uit, maar ook toelichting van deskundigen. Misschien zijn die meningen niet heel erg verkeerd. Ze zetten visies op enorme afstand van elkaar en er ontstaat een loeigroot tussengebied. Zo zegt de een dat muziek hoort bij de Islam, een ander dat er niets over staat in de Koran, de een zegt dat muziek erg belangrijk is tijdens de Ramadan, de ander dat je dan beter geen muziek kunt luisteren, want je gaat toch ook geen herrie maken tijdens de dodenherdenking.

Ik denk nu steeds: o ja, dat heb ik behandeld in blog zus en zo, nummer dit en dat. Maar een belangrijk element had ik nog nauwelijks behandeld, namelijk dat muziek een belangrijk gespreksonderwerp kan zijn.

Zojuist las ik in de beroemde roman Anna Karenina over haar man, die dus Karenin heet. Hij maakt een scherp onderscheid tussen aan de ene kant politiek, filosofie en theologie, en aan de andere kant kunst, poëzie en muziek. Bij de eerste groep is hij op zoek naar een eigen overtuiging, maar over de tweede groep heeft hij zijn overtuigingen altijd paraat:
'Hij sprak graag over Shakespeare, Raphael en Beethoven, en over de betekenis van de nieuwe stromingen in poëzie en muziek, die bij hem alle zeer scherp en logisch van elkaar gescheiden waren.' (110-11)
Dat slaat natuurlijk nergens op, zeker niet in een roman, tenminste, als we de overtuigingen van Karenin zouden zien als iets wat Tolstoj zelf ook denkt of wat wij misschien ook moeten denken. Het is een roman, en die staat meer aan de kant van de poëzie dan aan de kant van de politiek.

Het wordt een ander probleem wanneer we de muziek gaan bekijken vanuit de godsdienst. Daar kun je op zoek gaan naar overtuigingen, maar als je gelovig bent zul je toch ook willen weten hoe Allah over iets denkt, en dan is het alleen maar vervelend dat de Koran je op dat punt in de steek laat.

Wel dacht ik: goed, nu weet je ook eens hoe dat voelt, want ik moest ook de hele tijd bedenken wat Agamben vond van muziek terwijl hij er bijna nooit over schrijft. Ik realiseer me hoe bedrieglijk dat gevoel is, Agamben kun je niet met Allah vergelijken. Ik zal dus net als Karenin verder op zoek moeten naar mijn overtuiging. Dat kan altijd een kettingreactie uitlokken. Ik weet niet hoe de roman verdergaat, maar vermoed wel dat de overtuigingen van Karenin en misschien ook van Tolstoj zelf kunnen wankelen.

Er zit wellicht iets in muziek, muziek van een afstand, dat die overtuigingen uitlokt en aan het wankelen brengt. Je zou dat ritme kunnen noemen.

Islam - Middle Eastern Music

woensdag 29 januari 2020

Troost binnen handbereik - Franse pianofilm

Elk oordeel slaat onmiddellijk terug op jezelf. Zeggen dat de film Au bout des doigts de Amerikaanse film Whiplash nog eens overdoet, maar dan op zijn Frans, roept dus meteen de vraag op waarom we hem toch graag wilden zien. Voor een recensent is dat altijd simpel, hij is de bewaker die zich opstelt tussen kunstwerk en potentieel publiek, en moet beide partijen behoeden. De kunst voor kwaliteitsverlies, het publiek voor teleurstelling. Wat er voor alle partijen overblijft is troost. Die ligt binnen handbereik, 'au bout des doigts'.

De leraar van pianoheld Mathieu vertelde hem toen hij kind was dat je handen toch de zaken zijn waarmee je de belangrijkste dingen doet, en dat je hart door je handen spreekt. Als dat nog geen feelgood belooft. Maar beloftes zijn riskant. Ze gaan uit van controle, dat je in staat bent waar te maken wat je belooft, dat je maximaal gewapend bent tegen de boze buitenwereld. Daardoor lekt je gevoel weg. Toelaten van dat gevoel betekent ipso facto dat je ook de controle kwijtraakt. Alles wat beide weer bij elkaar brengt is compensatie, troost, droom.

Is het daarom ook meteen fake? Ik zou zweren dat de herkomst van dit woord iets te maken heeft met het Latijnse facere, doen of maken. Mijn bronnen wijzen echter naar een onzekere herkomst en naar het oud-Engelse feake, slaan, verwant aan ons woord vegen. Wat heeft een droom dan te maken met vegen? Kunnen vingers op een piano slaan en juist zo een soort troost bieden die tegelijk fake is, en - zoals Mathieus pianolerares van hem vraagt - met een emotie die 'juste et profonde' is?

Amerikanen houden van dromen die starten met de onmiddellijke realisering van die dromen. Dat zien we ook terug in Au bout des doigts. Mathieu ziet een piano op het station, en speelt er meteen een preludium van Bach op perfecte wijze, nog zonder dat we hem zagen oefenen. Later volgen pas de tegenslagen, maar de perfectie van het begin preludeerde al op de feelgood van het eind. Spoilen heeft hier dus geen betekenis, want dat doet de film zelf al.

Nu weten we nog steeds niet wat we met dat vegen hier aanmoeten. Misschien is dit wel wat de Franse regisseur Ludovic Bernard probeerde toen hij het Amerikaanse format overnam. Iets wat juste et profonde moest zijn. Het kwam er misschien niet helemaal uit. Als je Amerikanen kopieert kunnen die Amerikanen dat zelf eigenlijk altijd beter. Whiplash is een betere film dan Au bout des doigts. Maar laat ik eens een rare gedachte opperen. Met de sympathieke poging van de Fransen hoop ik - juist omdat hij niet lukt - tegelijk iets te redden van onszelf, en zeker ook iets van mijzelf, mijzelf als niet erg ambitieus muziekstudent van vroeger, geremd door een zekere weerzin tegen succes.

Vegen, het vegen van het fake, zit hem in de rol van Mathieu als hij het conservatorium binnenkomt. Hij is een straatcrimineeltje uit de banlieue, wordt ontdekt door de directeur van het conservatoire, en mag voor zijn taakstraf de vloeren dweilen. Daar ziet hij dan weer een piano, en de begeleiding van zijn piano-opmars speelt zich nog steeds af in de periode van zijn taakstraf. Zijn droom is dus in wezen de droom van de staat. De staat hoopt dat jongens van de banlieue hun droom realiseren waardoor ze kunnen ontsnappen aan de doem. Daarmee ziet die staat niet dat het vooral zijn eigen droom is, en dat de jongens hun droom al realiseren, al is het op een andere manier dan die staat nastreeft.

De droom is in essentie die van Beethoven en Novalis. De muziek verenigt alles en iedereen, de banlieue met de bourgeoisie, Amerika met Europa, droom met harde realiteit. Mathieu met zijn hoodie onder zijn jas verschilt eigenlijk niet van Beethoven met zijn wilde haar, en zijn jeugd als oudste zoon waarbij hij zijn dronken vader vaak uit de cafés van Bonn moest halen. Ja sterker nog, Mathieu krijgt ook nog een zwarte vriendin die cello speelt, dus ook de rassen worden mooi verenigd.

Dat doet mij overigens denken aan de film Romuald et Juliette, waarbij ik in een vorig leven. lezingen moest houden in het kader van de 'Thomas More Academie'. Als u nu denkt dat dit een onbetekenende bijzaak is, dan wil ik toch even vermeld hebben dat de romance tussen de witte directeur en de zwarte veegster plaatsvond in een yoghurtfabriek, toch het symbool van cultuur bij uitstek. Ook dat was Franse feelgood naar Engels voorbeeld.

We naderen de ontknoping, de ontknoping van deze blog dan toch minstens. Wat ik u nog verschuldigd ben is de betekenis van dat vegen. Waarom is het zo belangrijk dat een toppianist al vloervegend doordringt in het hart, het hart van onze cultuur en het hart van onze emoties? Het simpele antwoord ligt wat mij betreft besloten in de titel van de film, au bout des doigts. Dit betekent zowel 'op je vingertoppen' als 'binnen handbereik'. Het hart spreekt via de vingertoppen, wat wil zeggen dat we dit sprekende hart altijd binnen handbereik hebben. Ergens veegt iemand, hij breekt in in appartementen, hij is grofgebekt. Maar zijn hart ligt binnen handbereik.

Zo bezien is fake eigenlijk helemaal niet zo erg als wij vaak denken. Een film kan fake zijn, maar door alle plichtmatige scènes voel je de goede bedoelingen, de sympathie. Nog even terugbuigen naar de titel van deze blogserie: muziek is altijd op afstand omdat binnen handbereik niet hetzelfde is als onmiddellijke realisering. Zelfs als iemand, zoals Mathieu, de Tweede Rapsodie van Liszt foutloos speelt, dan heeft hij nog een lange weg te gaan om precies daar uit te komen, bij die Tweede Rapsodie van Liszt. Hij moet eerst nog vegen, vegen en vegen...

Afbeeldingsresultaat voor rutte vegen koffie


Lofzang op de stille stad - Film met muziek in Arnhem

Echt stil was het zelden in de stad, zelfs niet tijdens de lockdown. De Vijzelstraat is de koopgoot van Arnhem en daar bleef beweging. Toch ...